Home - Inhoud - Column - 26 - Column 28 - Archief - DB-week 23 - red.
ONTRUIMINGSVERSLAG OP NIEUW-DENNENDAL.NL
WEEK 23
NO. 27

(4 juni)

INTERACTIE:

Vanaf eind oktober zijn opgenomen de rubrieken DAGBOEK & PRIKBORD en COLUMN & POËZIE, via redactie te vullen door sitebezoekers. De site staat daarmee in principe open voor iedereen. Bij het ontbreken van bijdragen springt de redactie in. Graag ondertekening met naam en toenaam, en - naar keuze - e-mailadres en maatschappelijke identiteit. Ook een fotootje behoort tot de mogelijkheden. Een sleutelwoord of kopje is handig. Plaatsing van het dagboek gebeurt naar dag van ontvangst/lezing, voor de column is in principe de vrijdag gereserveerd. De plaatsing kan op zich laten wachten door technische problemen, afwezigheid van de muze, vakantie e.d. en andere omstandigheden

ONDERWERPEN:

De column- ruimte bij nieuw-dennendal.nl kan vrij worden gewijd aan ieder mogelijk onderwerp: van politiek tot cultuur tot psychologie tot spiritualiteit, tot integratie van dat alles. Verdieping en reflectie zouden mooi zijn. Ook poëzie en boekbesprekingen zijn mogelijk. Zie verder hetgeen onder Dagboek wordt vermeld. Bijdragen met commerciële intenties worden niet opgenomen. Vanzelfsprekend blijft de redactie verantwoordelijk.
Er geldt in principe een maximum van 500 woorden, met een minimum van 350. Eventueel wordt over de vorm ge-emaild.


Dagboekinzendingen svp mailen onder 'dagboek', columns onder 'column'.


ONTRUIMINGSVERSLAG:
De nacht van Lorentz
Door Hans Spijker

Het verslag van Hans Spijker is afkomstig uit 'Herinneringen aan de Willem Arntsz Stichting', een verzameling brieven van mensen die op één of andere manier met de WAS te maken hebben gehad. Het werd uitgegeven in 1986, door de huisdrukkerij van het WA-Huis, ter gelegenheid van het 105e lustrum van de WA-Stichting. Hans is de vroeg gestorven co-auteur van 'Na Dennendal... Op zoek naar nieuwe perspectieven in de gezondheidszorg'. De in het verhaal genoemde 'Goof' is zijn onlangs overleden mede-auteur Goof vd Wijngaart.
Hans was geboren in Almelo, in 1946; hij stierf in Kampen, 1995. Hij had de Sociale Academie in Hengelo gedaan en nog een aantal vervolgopleidingen op het gebied van welzijnswerk en gezondheidszorg. Ten tijde van het Dennendalconflict was hij projektleider bij De Raadskelder. Na de opheffing van De Raadskelder, begin jaren '80, is hij nog werkzaam geweest als begeleidingsfuctionaris bij organisaties op het gebied van gezondheidszorg (SPEL Flevoland - inmiddels al lang opgeheven - en de Federatie van Ouderverenigingen). Tussendoor heeft hij een aantal onderzoeksprojecten gedaan en begeleid en schreef hij veel, o.a. samen met Goof v.d. Wijngaart.
De in het verslag genoemde 'Wybe' is Wybe Reitsma, 'Wil' is Wil Snijders, 'Frans' is Frans vd Pas, 'Ger' is Ger Voesten (JAC).
Het verhaal is het eerste uit wat hopelijk een serie terugblikken op de ontruiming wordt: in juli is het 30 jaar geleden - hg.)

3 juli 1974: 10 over 11. Ik kom thuis van een kroegentocht. Op mijn kamerdeur een slordig vel papier met 'om vier uur vannacht ontruiming'. Gebeld met Nieuw Dennendal en met het JAC. Geen gehoor. Tas met kaartenbak en adressenmap met namen van sympathisanten van Nieuw Dennendal gepakt. Appel, sinaasappel en tandenborstel in andere tas.
Vriendin Corrie naar huis gebracht en naar het JAC gefietst. Halverwege begint het te regenen. Op het JAC zijn veel stuurgroepleden aanwezig om mensen op te trommelen om naar Dennendal te gaan; een paar uur geleden was er bericht van de Hertenlaan, waar Nieuw Dennendal tijdelijk huist, gekomen dat de Amsterdamse politie vannacht zou optreden.
Tussen half 12 en middernacht heb ik de Hertenlaan gebeld en de lijst van Vips doorgegeven die zij zouden bellen. Jan Foudraine, Sengers, Trimbos, Drenth, Jaap van der Doef, Bram Peper. Volgens JAC-er Ger zijn de ouders van de E-groep van Lorentz al op de hoogte. Die hoef ik dus niet te bellen. Rond 12 uur beld Ada, staflid van Nieuw Dennendal: om 10 voor 12 zijn uit Amsterdam zes overvalwagens vol agenten vertrokken. We moeten onmiddellijk naar paviljoen Donders op Dennendal. In de auto van Goof met nog vier Utrechtse sympathisanten. Het begint harder te regenen als we Den Dolder naderen. We parkeren de auto op de hoofdweg bij de zij-ingang. Er staan meer auto's. Goof vergeet de krat pils en de speelkaarten mee te nemen.
We lopen het terrein op. Achter ons een persfotograaf. Hij gaat terug om een paraplu te halen. Het begint zo hard te regenen dat we het laatste stuk rennen. Donders is leeg. Alle lichten branden, maar er is niemand. Dan maar naar Lorentz. Buiten komen we Nieuw Dennendaller Wybe tegen, die zegt dat iedereen al op het paviljoen is. Lorentz is één van de drie paviljoens die staatssecretaris Hendriks dreigt te ontruimen.
Binnen zitten mensen in de gang. Achter de klapdeur mag niemand komen, daar slapen de pupillen. Halverwege de gang staat Brenninkmeyer, lid van de commissie die poogde te bemiddelen. Wat zou er vanavond allemaal gebeurd zijn? Ik vermoed dat B. zich bij ons aangesloten heeft.
Ger arriveert met een nieuwe Utrechtse lading. Het JAC is onbemand. Wat vervelend is, want ik heb om half 12 het antwoordapparaat van de Raadskelder, steunpunt van Nieuw Dennendal, ingesproken: 'Lorentz wordt om vier uur ontruimd, bel voor verdere informatie het JAC'.
De eerste kamer links in het paviljoen is door de Utrechtse pers en de NOS bezet. Piet van Seeters van de Volkskrant gelooft niet in een ontruiming 's nachts. Tegen drieën neemt de dreiging af. Jaap van der Doef arriveert. Ik ga de directiekeet bekijken; die wordt met bouviers bewaakt.
De hele nacht door op het nieuws van Hilversum 3 het bericht dat Lorentz wacht op ontruiming. Angstaanjagend.
Om vier uur ga ik een eindje wandelen. Op een kruising van paden spelen mollen.
Ik ga naar het huis van Carel Muller om ergens in Utrecht een megafoon te versieren. Geen succes bij de studentenbond en de Muurkrant.
Het regent verschrikkelijk als ik terugloop. De nacht verstrijkt.
Tegen vijf uur roept Wil op barricades van auto's te vormen. Winne Meijering rijdt haar Renault als eerste dwars op de oprijlaan. Wybe en ik zetten een Eend als laatste dwars. Later maakt die plaats voor een stevige Peugeot.
Ik ontdek Paula in de videoruimte van paviljoen Van 't Hoff en besluit haar het leven hier een beetje aangenamer te maken. Ik verover een half bekertje koffie voor haar, van de vijf in totaal (en dat met ruim honderd mensen binnen). Het NOS-journaal filmt ons.
De ochtend breekt aan. Om vijf uur staan we op de kruising van de oprijlaan en hoofdweg. Buiten is het beter dan binnen. Jaap Ruygers arriveert op de fiets, Piet Reckman per auto.
Er komen een paar jongens terug uit het dorp met brood en worst. Ik krijg een boterham. De helft reserveer ik voor Paula, met een half plakje worst. Ik breng het voldaan naar de videoruimte waar ze zit. Wybe lacht. Ze wil de worst niet, ze is vegetarisch.
In dezelfde ruimte zitten nog steeds de NOS-jongens. Ze gaan weddenschappen aan over het tijdstip van de ontruiming.
Om half acht doen Ger en ik een laatste poging een megafoon te veroveren. Ada zit nog steeds op haar post in Carels huis. Ze zag 70 politiemensen voorbij komen op de snelweg richting Zeist. Jan Mulder 'bewaakt' de hoofdingang van Dennendal. De spanning stijgt. Het is inmiddels duidelijk dat we de politie rond half negen kunnen verwachten.
Ik zoek Paula. Ga een paar keer naar de w.c. Pupil Ton deelt brood uit in de gang. Een andere pupil loopt met een brandslang, groepsleiding neemt die van hem af.
Even voor half negen - na een rechtstreekse VARA-reportage vanuit het paviljoen - schreeuwt iemand: 'Ze zijn er!'
Ze staan er inderdaad: aan de achterkant. Ze zijn via het laantje gekomen, de zij-ingang waarlangs wij gisteravond ook kwamen. Iedereen verdringt zich voor de ramen. Kan het niet geloven. Tientallen agenten staan aan de bosrand.
Dan omsingelen ze ons. Het is een nachtmerrie.
Hoe lang het duurt weet ik niet; het opruimen van de autobarricade kost veel tijd. Dan komt het wagenpark. Bussen vol reserve-groepsleiding, twaalf overvalwagens, een waterkanon.
Ik sta me te vergapen aan wat er buiten gebeurt. We gaan in de gang zitten wachten en krijgen bloemen van groepsleiding en pupillen van Lorentz. Hysterische huil- en lachbuien. De politie slaat de voordeur in en komt binnen. Frans verzet zich. Ik hoor glasgerinkel. Paula wordt voor mij weggeleid, ze is de laatste van die overvalwagen. Ik moet buiten een tijdje wachten op een nieuwe, tussen twee agenten die me stevig vasthebben.

Hans Spijker