-------------------- (logo van de krant uit '73) ------------------
Home - Inhoud - db-india-2 - db-india-3 - redactie
OM MANI PADME HUM, REIZEN IN DE HIMALAYA
'voor alle riksjarijders en tuktuk-chauffeurs van India'
DAGBOEK
INDIA-1
(11/03/05 -
30/03/05)

Van 10 maart tot en met 25 april maakte ik samen met vriendin Marie Louise een reis naar het Indiase gedeelte van de Himalaya. Het was een oude droom. In 1975 reisden we over land naar Kathmandu, via Turkije, Iran, Afghanistan, Pakistan en Noord-India. Ook toen bezochten we Dharamsala, waar de Dalai Lama zit.
Ongeveer dertig jaar later landden we in New Delhi, namen trein en bus naar McLeodganj (Upper-Dharmsala) en verkenden de Tibetaanse en hindoeïstische cultuur in de foothills van de Himalaya in zuidoostelijke richting. Pleisterplaatsen waren McLeodganj, Bir, Manali, Chandigarh, Rishikesh en Haridwar.
Hopelijk zet dit e-mail- en fotoverslag de lezer ertoe aan zijn koffers te pakken en een ticket Delhi aan te schaffen (vanuit Amsterdam pakweg 750 euro voor een retourtje, inclusief belasting, verzekering e.d.*). India is een Derde-Wereldland, het is vol sloppen en hun bewoners. Je kunt je geld niet beter besteden.
Hans (05-05-2005).

(Ruim 40 procent van de Indiase bevolking van ongeveer een miljard zielen is analfabeet; er leven 350 tot 400 miljoen mensen onder de armoedegrens, van wie zo'n 250 miljoen moeten leven van minder dan één euro per dag - ongeveer 55 Indiase roepies); je geld is er hard nodig dus; zie povertyindia en slumsreality.)

*) bij eerder boeken is waarschijnlijk een aanzienlijk goedkoper ticket mogelijk; ook is het mogelijk goedkoper vliegen als je een groepsreis maakt, maar dan zit je wel weer met relatief (te) dure hotelvoorzieningen - je kunt in India riant leven (transport, guesthouse, ontbijt, lunch plus diner) van (afhankelijk van je eisen) 10 tot 20 euro per dag

Het DAGBOEK-INDIA is opgesplitst in drie delen:
1. DAGBOEK INDIA-I: New Delhi en McLeodganj (periode van 11/3 t/m 30/3),
2. DAGBOEK-INDIA-II: Bir en Manali (periode 30/3 t/m 13/4),
3. DAGBOEK-INDIA-III: Rishikesh en New Delhi (periode 13/4 t/m 25/4).

DAGBOEK-INDIA: New Delhi (1) - 13-03-05

We zitten sinds vrijdagochtend in New Delhi, in het YMCA, een Tourist Hotel bij het centrum. Delhi is chaotischer, agressiever, armer en meer Derde Wereld dan ik had gedacht. Er wonen volgens de officiële statistieken14 miljoen mensen, van wie miljoenen onder plastic langs de kant van de weg en in sloppen (jhuggi) - praktisch zonder elektriciteit, stromend water en toiletvoorzieningen. Hartverscheurend en tegelijkertijd, op een heel paradoxale manier, heeft het ook nog een zekere charme. (Maar dan kun je eigenlijk niet zeggen of schrijven.)
De eerste indruk is dus: overrompelende armoede! Dat je daar als eerste mee wordt geconfronteerd komt ook door de bedelarij. Bedelen is een belangrijk element in het Indiase sociale leven, waar je als kersverse toerist aan moet wennen. Dat wil zeggen dat je moet leren 'nee' (in het Hindi 'ji nahi', maar het Engelse 'no' is wellicht effectiever) te zeggen. Maar iedere keer dat zo'n arme stakker met een kind op de arm en vijf koters om zich heen op je afkomt, doe je toch iets op slot als je niet in je zak tast. Het vervelende is dat je niet zelden de klos bent als je wat geeft, want dan komen er twintig anderen om je heen staan.
Nou ja, van die dilemma's dus.
Tegelijkertijd rijden er heel wat dure auto's rond, meer dan dertig jaar geleden toen we hier ook een paar nachten geweest zijn. Met andere woorden: de tegenstellingen lijken gegroeid in plaats van afgenomen. Er zijn door de bevolkingsgroei meer armen en door de economische groei meer rijken. (In 1975 had Delhi officieel ruim vier miljoen inwoners.)



bedelares met kind, Janpath (Tibetan market), tegenover McDonald's



bazaar (chowk) tegenover New Delhi Railwaystation

De vliegreis via London Heathrow verliep voorspoedig. We kwamen om ongeveer 02.00 uur´s nachts aan op het Indira Gandhi-vliegveld in New Delhi, samen met een hele lading Indiërs uit Engeland. En toen kwam gelijk de schok. De aankomsthal zag er uit zoals die er bij ons uit gezien moet hebben in de jaren '50. Kaal en armoedig vergeleken met het chique en superdeluxe Schiphol en Heathrow. En je lijf gaat door de hogere temperatuur meteen acclimatiseren. De hal werd niet of nauwelijks gekoeld.
Na geld gewisseld te hebben liepen we de hal uit, op zoek naar een taxi naar het hotel waarvoor we op advies van een vriendin hadden gekozen: het YMCA bij Connaught Place. We moesten een prepaid-taxi nemen, was ons gezegd, om problemen met afrekenen te voorkomen.
Welnu, we waren nog niet door de controle of we werden verbaal geattaqueerd vanuit vier prepaid-loketten. Heftig gebarend en schreeuwend werd ons gemaand bij dat specifieke loket te boeken. Verbijsterd door de agressie kozen we voor een loket waarin een jonge vrouw zat - niet omdat ze minder hectisch aan de weg timmerde, maar omdat het een vrouw was. De rit moest 400 Rs kosten.
Een jongen liep met de kwitantie mee, die hij aan de chauffeur overhandigde. Ook de vrouw kwam nog bij de taxi: 'Take care!' voegde ze ons dringend en ietwat alarmerend toe. Beduusd stapten we in.
Het bleek een lange rit, bijna een uur, naar het centrum van Delhi. De chauffeur leverde ons tot onze opluchting netjes af bij het YMCA en wachtte buiten, voor het geval we nog een ander hotel zouden willen zien.
De receptionist probeerde ons een double room te geven van 2100 Rs per nacht, maar we hadden in de Loneley Planet-gids de prijzen bestudeerd en geconcludeerd dat 500 tot 750 Rs voor het relatief dure Delhi genoeg moest zijn. Het werd even vervelend toen wij vasthielden aan de lagere prijs en hij vasthield aan zijn 2100 Rs. Uiteindelijk kwamen we uit op 1250 RS, inclusief diner en ontbijt (naar later bleek aan de dure kant, zeker omdat we een gedeelde badkamer hadden).
's Morgens, in de Brits-koloniaal ingerichte eetzaal gezeten aan een ontbijt van gebakken eieren met toost, scheen de zon. De temperatuur was behagelijk. Buiten stonden palmbomen, waarin apen klommen. Er waren veel schilderachtige buitenlanders, onder wie een groot aantal backpackers. We verzoenden ons met het YMCA.

Vanmiddag zijn we in de Main Bazaar (de 'chowk' tegenover Old Delhi) geweest, op zoek naar het hotel van toen. We konden het niet vinden, maar de bazaar en de sfeer waren exact als destijds.  
Azië op z'n best: een ongelofelijke chaos aan winkeltjes, fietsriksja's, ossenwagens, tuktuks, straatventers, een sporadische olifant of koe enzovoort. En je kunt er leuk inkopen doen. Ik heb mezelf voor ongeveer 15 euro (ongeveer 825 Rs) een compleet nieuw outfit aangemeten: broek (± 450 Rs), shirt (169 Rs) en sandalen (± 200 Rs).
De kosten van dit internetgebruik in het YMCA kunnen er dus vanaf - 30 Rs voor een half uur, ongeveer 50 eurocent. (In de chowk is het 10 Rs voor een half uur, ongeveer 18 eurocent. )
Je ziet het, je leert rekenen hier.



Main Bazaar, pleintje



Main Bazaar met olifant

Morgen gaan we naar Agra, naar de Taj Mahal. We hebben vanochtend een reservering gemaakt op het New Delhi Railway station. En dat was een heel gevecht. Het was er immens druk. We moesten ons letterlijk een weg banen naar het station. Er was ook een legioen 'touts' (klantenwervers) zoals dat in de Loneley Planet heet, dat probeerde ons naar private toeristenbureautjes te lokken, om ons een relatief dure tiendaagse rondreis met taxi annex gids-chauffeur aan te smeren (vanaf 200 euro). Daarbij werden we stelselmatig verkeerd voorgelicht: het officiële Foreigners Information Office zou op zondag gesloten zijn (het was tot 14.00 uur open); je moest drie dagen van tevoren boeken voor een treinreis naar Agra (onzin, je kon voor de volgende dag boeken) enzovoort.
'Mister, I am here to help you. What is your profession? Journalist? Well, it is my profession to help foreign tourists. Believe me.'
We slaagden er uiteindelijk met behulp van een smoes - geld tanken bij de ATM-giromaat, bedenktijd - in ons aan de greep van de 'hulpverleners' te ontworstelen en gewoon op het station een kaartje Agra te bemachtigen.
Een tuktuk (autoriksja) nemend werden we de eerste dagen herhaaldelijk het slachtoffer van dezelfde praktijken. De eerste vraag is waar je vandaan komt en de tweede of je net in Delhi bent gearriveerd of er al langer vertoeft. Als je laat merken dat je een groentje bent, ga je voor de bijl. Je wordt zonder pardon, soms zonder dat enige rekening wordt gehouden met de door jou opgegeven bestemming, langs allerlei 'emporiums' (verkoophallen) of obscure toeristenbureautjes gesleept. In zo´n geval is het nodig de chauffeur-klantenwerver dringend te verstaan te geven dat ie niet voor de rit betaald krijgt als ie je niet gewoon brengt waar je wilt zijn. Gevoel voor humor is onmisbaar hier,
groet, hg.

DAGBOEK-INDIA: New Delhi (2) - 14-03-05
Agra ging niet door, want we werden vannacht beiden geveld door de shits. Het kon niet uitblijven. Gelukkig bracht de loperamide - een remmer die je darmen blokkeert - uitkomst. Maar daar moet je ook weer niet te veel van slikken.
New Delhi is niet echt een relaxte vakantie dus. Maar dat had je al wel begrepen.
Hopelijk gaat het morgen beter. We hebben besloten de Taj Mahal naar later te verschuiven en gaan boeken voor Dharamsala, waar de Dalai Lama zit, in de Himalaya. Dat lijkt minder hectisch.
Later meer,
hg.


DAGBOEK-INDIA: New Delhi (3) - 16-03-05
We hebben de diarree-aanval overleefd. 't Was gelukkig maar een dag. M'n darmen werken door de loperamide-remmer nog wat traag, maar ze doen het nog wel. Verder alles okay.
Vandaag onze laatste dag in Delhi. Vanavond stappen we om 21.10 uur op de trein naar Pathankot, waar we morgenvroeg om een uur of 8.00 hopen aan te komen. Het moet ongeveer 11,5 uur duren, voor zo'n 500 kilometer. Vanuit Pathankot stappen we op de bus naar Dharamsala, nog eens 3,5 uur.

Vanochtend en vanmiddag zijn we naar de Gurudwara, een sikh-tempel geweest die niet ver van de YMCA af ligt. Het gezang dat we 's nachts steeds hoorden, waarvan ik dacht dat het een islamitische renaissance in hindoeistisch Delhi was, was afkomstig uit die tempel. Ik vond het al vreemd dat de islam zo aan het oprukken zou zijn in Delhi.


Sikh-gurudwara in zijstraat Baba Kharak Singh Marg


Sikh-guru in gurudwara

Ik ontdekte de Gurudwara ´s ochtends, toen ik een brief op de post wilde doen en vanuit het YMCA een wandelingetje van een kwartier maakte naar het postkantoor. Het YMCA ligt aan een brede avenue met aan weerszijden trottoirs, overlopend in stroken kale grond met soms wat gras. Langs de kant van de weg stonden tuktuks, autoriksja's, waarvan de chauffeurs probeerden m'n aandacht te krijgen voor een ritje, maar ik sloeg hun aanbod af.
Hoewel het gaat om een van de betere buurten van New Delhi was ook hier de Derde Wereld alom aanwezig. Aan de overzijde van de weg kampeerden mensen onder wat dekzeil.
Dwars over het trottoir lag een man, gekleed in wat lompen, met schuim om de mond - kennelijk doodziek. (Ik vroeg me af wat er gebeurt met zwervers die op straat sterven. Is er een soort lijkendienst die ´s ochtends, in alle stilte, het stoffelijk overschot ophaalt?)
Verderop zat een groepje van drie mannen in het gras te kaarten. In de straat naar de Gurudwara zaten veel bedelaars onder een afdakje. Een broodmagere man was op het trottoir naast een lemen houtoven bezig met het kneden van deeg voor het bakken van chapatti's. Ik wilde foto's maken, maar geneerde me en zag er vanaf, ook al om niet weer bedelaars op m'n dak te krijgen.
Het bezoek aan de Gurudwara verliep relaxed. Er was stilte en inspiratie. Een suppoost attendeerde me er op dat ik met gestrekte benen naar het centrale altaar zat. Betrapt ging ik snel in kleermakerszit zitten. Bij de vijver naast de tempelhal vroeg een man van middelbare leeftijd met een tulband op of ie op de foto mocht. Ook wilde hij weten of we het nog met elkaar deden....
De gurudwara was mooi. Er gaat echter niets boven de gewone straatbeelden. Je moet wel getroffen worden als je ziet hoe mensen met bijna helemaal niets proberen iets van hun leven te maken.
We hebben nu ongeveer vijf dagen in Delhi gezeten, en dus een beetje kennis gemaakt met een Derde-Wereldhoofdstad. Ik zou er wel vijf maanden willen zitten. Ondanks alle ontberingen van lawaai, hitte, hectiek, sjaggeraars en dergelijke is het een ongelofelijk boeiende en inspirerende samenleving. De extremen liggen zo ongelofelijk ver uiteen...
En voor ons is alles nieuw. We doen een soort instant-inburgeringscursus, waarbij we vooral op het financiële vlak steeds weer de mist ingaan, bij de neus worden genomen dus. (Maar het is niet erg: het hoort bij het spel en het is in zekere zin luxe dat je je kunt laten oplichten voor wat roepies.)



jhuggi (sloppen) -kind



textielhandel (zijstraatje Janpath, New Delhi)

Volgens een Nederlandse ontwikkelingswerker die in het YMCA verblijft, verdient een verpleegster hier ongeveer 16 roepies per uur, dus per dag 130 roepies (2,3 euro). Ik zit nu voor een half uur internet 30 roepies te besteden, ongeveer 50 eurocent, dus voor die verpleegster een kleine twee uur werken.
Ik heb net een hoed tegen de felle zon gekocht voor 350 Rs (een kleine 7 euro), waar ik zeker niet meer dan 100 Rs had moeten betalen. 
Gisteren werden we geflest door een riksjarijder die ons 150 Rs in rekening bracht voor een ritje dat niet meer dan 25 had moeten zijn enzovoort, enzovoort.
Het is het bekende verhaal van de armoede. De indruk is zo overweldigend dat je er niet onderuit komt daar als eerste verslag van te doen,
tot mails,
hg.

DAGBOEK-INDIA: McLeodganj (1) - 17-03-05

Vanmiddag om een uur of twee aangekomen in McLeodganj. Het voelt een beetje als thuiskomen, al is er dan dertig jaar verstreken sinds we hier waren. De tempel met gebedsmolens is er nog, al is ie wel verbouwd en zit ie nu ingebouwd tussen hotels en winkels.
Het eerste wat opvalt is dat het 'hillstation' uit z'n voegen is gegroeid. Het is zeker drie of vier maal zo groot. Iedere beschikbare meter lijkt bebouwd met shops, guesthouses, Tibetan art, Tibetan healing, Tibetan massage enzovoort.
Het tweede is de aanwezigheid van rood in het straatbeeld. Er lopen tientallen, waarschijnlijk honderden monniken door de straten, meestal in groepjes, soms hand in hand, geanimeerd pratend, snel onder hun plu schuifelend - het is bewolkt en regent af en toe - op weg naar gebedsbijeenkomst of de Boeddah weet waar. Hun aantal is zo groot dat de meest jeugdige backpackers en andere toeristen in de minderheid lijken.
In 1975 zag je ze praktisch niet op straat, zaten ze allemaal in het klooster op het eind van het dorp. Toen we een keer die kant opliepen, zagen we plotseling een tiental geinteresseerd kijkende geschoren hoofden in rode pij achter een hek staan, en dat was het dan. Alleen de Dalai Lama trad naar buiten. Verder zag je veel Tibetaanse leken, maar ook die lijken nu in de minderheid tegenover de rode pijen.
Naast me zit een monnik achter een pc, druk conserverend met een jeugdige backpackster: er heeft zich in McLeodganj een revolutie voltrokken.



McLeodganj: centrale pleintje met busstation



McLeodganj: pleintje met monniken



monniken met bike

De nachttrein van Delhi naar Pathankot was perfect geregeld. We hadden twee lage slaapbanken, boven ons lagen twee jonge zakenlieden uit Jammu. Er was gewassen,  gestreken en gevouwen linnengoed en een deken.
Alleen  het vinden van de coupé was even problematisch. We haddenonze rugzakken uiteraard op de eigen rug, en sloegen het aanbod van enkele van de honderden in rood uniform gehulde kruiers af. Dat had we niet moeten doen, want zonder hulp van een kruier lukt het niet je wagon en plek te vinden - althans ons als nieuwelingen niet.

Toen we op het perron stonden voor een immens lange trein waar voor ons geen touw aan vast te knopen viel, werden we vastberaden geattaqueerd door een paar potige sjouwers die onze rugzakken ongevraagd loskoppelden, op hun hoofd zetten en in sneltreinvaart naar de gereserveerde plek brachten. Het kostte 50 roepies, maar dat was het dus waard. (Ik wilde aanvankelijk in m'n onnozelheid de kruiers ieder 10 roepies betalen, een gebaar dat met hoon werd bejegend. Het was het gelach van een Derde-Wereldbewoner tegenover een rijke westerling. Het moest minstens 50 roepies wezen, zo werd me duidelijk gemaakt. Schoorvoetend gaf ik 50 roepies, met het gevoel dat ik getild werd. Mijn coupégenoten informeerden me desgevraagd dat ook zij 50 roepies hadden gegeven - het is kennelijk het normale bedrag voor deze dienstverlening. Je moet leren hier.)
Na zo'n elf uur arriveerden we gammel in Pathankot. De rit van het treinstation naar het busstation maakten we per fietsriksja. Het is in het begin genant in zo'n fietsstoel plaats te nemen en je te laten vervoeren door een zwaar trappende fietskoelie, maar het went en de riksjarijder is dankbaar voor iedere roepie.
De bus bleek een oud vehikel zonder schokbrekers; het was dus drieënhalf uur lang schudden. Mensen met zwakke magen kunnen voorin plaatsnemen, en kunnen - als dat niet helpt - hun hoofd uit het raampje steken. (De sporen zijn soms langs de hele buslengte zichtbaar.)
De tocht ging langs plaatsen als Chakki, Jasoor, Nurpur en Kotla, weinig imponerende marktdorpen, chaotisch en zwaar vervuild door reclameborden. We stopten enkele malen om nieuwe passagiers op te nemen en oude te lozen. Ook was er een eetstop, waar we echter geen gebruik van maakten omdat het restaurant er niet erg aanlokkelijk uit zag.



schudden in de bus van Pathankot naar Dharamsala



Hanuman, ergens tussen Pathankot en Dharamsala

We zitten in hotel Mountain View, alleen is de mountain niet helemaal zichtbaar, want de betere kamers waren niet beschikbaar. Misschien verkassen we morgen.
Verder gaan we de omgeving verkennen, en ons oriënteren in de mogelijkheden voor het volgen van meditatiecursussen of zoiets. We zien wel.
Tot zover vandaag, nu eerst bijkomen. Het was vanaf gisteravond 19.00 uur tot vanmiddag 14.00 uur bezig zijn met reizen: de indrukken waren weer overstelpend),
hg.

DAGBOEK-INDIA: McLeodganj (2) - 18-03-05
Het is nat en regent in McLeodganj.
Vanochtend deden we eerst een rondje om de tempel van Zijne Heiligheid de D. L. Daarna werden we op straat prompt aangeklampt door een bedelares met kind op de arm, die kennelijk ten einde raad was of althans die indruk wekte (het boeddhisme wordt onmiddellijk getest).
Ze vroeg om geld voor haar baby. Ik was al door m'n voorraadje bedelmunten heen en wilde haar een briefje van vijf roepies geven. Was niet genoeg. Ze wilde dat we een pak poedermelk voor haar kochten, voor de baby. Wij vragen bij een kiosk hoeveel dat kost: 150 roepies (ongeveer 3 euro).
Dat is voor zo'n gift wel tamelijk genereus - ook voor iemand op zoek naar de Boeddha -, aangezien je hier om de tien of twintig meter wordt aangeklampt.
We hadden daar dus even geen zin in - werden een beetje overrompeld, zo gaat dat met boeddha's in spe -, en wilden haar tevreden stellen  met de vijf roepies.
Dat lukte niet, ze had haar zinnen gezet op het pak melk.
Wij liepen door, zij bleef achter met haar peuter, zonder 5 roepies, zonder melk, in de regen, met aan de kant van de weg een stukje zeildoek om onder te zitten.



bedelares met kind (10 roepies
- voor de foto - in het knuistje geklemd)

Het bleef regenen en wij zaten in het hotelletje te schuilen, onze foto's op onze gloednieuwe digicamera te bekijken. Zij zat ongetwijfeld echter in de kou en de ellende, onder dat zeiltje.
Als we haar weer zien, krijgt ze alsnog die drie euro. Beloofd.
Van die dingen dus, maar voor de rest een dolle boel hier (muzikaal zitten we ergens tussen de Eagles met Take it Easy, The Sherriff van Clapton en Love, love, love, van de Beatles).
Veel groeten uit McLeodganj, kuuroord voor jeugdige backpackers en bejaarde hippies,
hg.

DAGBOEK-INDIA: McLeodganj (3) - 21-03-05
Zaterdag hebben we pasfoto's laten maken en een pasje gehaald voor het bijwonen van een lezing van His Holiness de Dalai Lama (D.L.) in de Namgyal-tempel. Het pasje moest worden verkregen bij het Security-office van de D.L. en dat bleek geen kleinigheid. Zowel paspoort als visum werd gecheckt.
De Namgyal-tempel waar de D.L. al enige weken lezingen houdt, wordt bewaakt door Indiase militairen en een Tibetaanse, ongewapende militie. Iedereen wordt gefouilleerd, mannen door mannen, vrouwen door vrouwen. Camera's zijn bij aanwezigheid van de Dalai Lama taboe.



in de wandelgangen van de Namgyal-tempel



Namgyal-tempel

Er zijn vermoedelijk veel monniken uit omliggende kloosters naar McLeodgang gekomen voor de lezingen, wat al het rood in de straten verklaart. Zondagmorgen zitten we in de hal, samen met verscheidene honderden monniken en enkele tientallen buitenlanders.
We  zijn naar een speciale sectie van het complex geleid, waar de lezing via een koptelefoon vertaald te beluisteren valt. Helaas zijn we niet in het bezit van de kortegolfzender die daarvoor nodig is, en moeten het met de sfeer doen.
De dienst begint met de bekende nasale geluiden, begeleid door klankschalen, cymbalen, toeters en bellen. Er komen monniken langs met enorme ketels melkthee en ronde, zelfgebakken broodjes.
Helaas hebben we geen mok, zodat de thee ons voorbijgaat.  (De monniken hebben allen  een stalen beker of een traditionelere aardewerken bedelnap.) Ook worden teksten uitgedeeld, platte stroken papier met voor ons onleesbare Tibetaanse tekens. Ik leg het boekje op de grond, wat me een reprimande van een monnik achter me oplevert: het dharma mag niet bevuild worden.
Vervolgens houdt de D.L anderhalf uur lang een betoog waar we dus niets van begrijpen. Maar, zoals gezegd, het geeft niet. Het is een genoegen naar de muurschilderingen, de talloze thangka's en de mensen om ons heen te kijken.
Het enige probleem zijn de benen en voeten. Je mag niet met gestrekte benen zitten, want dat is een belediging voor de D.L., dus doen we pogingen tot lotushouding of kleermakerszit, wat prompt leidt tot aanvallen van gevoelloosheid in tenen, voeten en onderbenen. Maar hier geldt uiteraard 'dikke bult eigen schuld', hadden we maar beter moeten oefenen.
Aan het slot van de lezing krijg ik van een buurman de helft van zijn koptelefoon, zodat ik nog in de vertaalde zegen van de D.L. kan delen. Verlichting is ook voor mij weggelegd, als ik er maar mijn best voor doe, begrijp ik. (Dat staat enigszins haaks op advaita, maar van mij zul je nu even geen kritiek horen.)
De dienst is afgelopen en de buurman is enthousiast. Het was dit keer niet louter een technisch verhaal over geloofszaken geweest. De D.L. had lang gesproken over Tibet en de verhoudingen met China. In de India Times stond vorige week een bericht dat hij bereid is de soevereiniteit van Beijing over Tibet te erkennen in ruil voor autonomie.
Na afloop drinken we nescafé in het Serene Teahouse.

's Middag doen we de wandeling naar de Bhagsunath-tempel en -waterval. Onderweg worden we in ruil voor 10 Rs toegezongen door een sadhu, met wie we ook op de foto gaan. In de aan Shiva gewijde tempel krijgen we een rood derde oog opgedrukt. Bij de waterval is een chaishop (chaikhana) met ginger-lemonthee. Op de terugweg worden we opvallend vaak vriendelijk met 'namasté' begroet, wat mogelijk te maken heeft met de rode stip.



sadhu begeleidt hymne met getrommel
op moderne uitvoering van bedel/voedsel-beker



Bhagsunath-tempel met Ganesh en Hanuman

Voor de spiegel in hotel Mountain View staande heb ik de neiging het derde oog af te wassen, maar realiseer me tegelijkertijd dat dat eigenlijk niet kan. Het leven is vol dilemma's voor een kersverse heilige. De jongelui die het hotel runnen draaien de Beatles: Let it be.
Groeten uit McLeodganj,
hg.

DAGBOEK-INDIA: McLeodganj (4) - 24-03-05
Vanmiddag opnieuw naar een lezing van de Dalai Lama geweest. Voor de tweede maal dus, en nu met een eigen radio met FM-zender (aangeschaft voor 250 roepies - pakweg 5 euro), waarmee ook de BBC-worldomroep te ontvangen is. De plechtigheid ontvouwde zich rond de initiatie van een drietal monniken in spe. Opnieuw veel muziek, ritueel en ceremonieel. En opnieuw een bijzonder genoegen in die prachtige hal te zitten.
We konden de dienst volgen, maar dat wil niet zeggen dat we al gelijkwaardig waren aan onze westerse buren of de monniken en alle rituelen en instructies van de Dalai Lama konden uitvoeren. Op een gegeven moment kwam er de opdracht de 'veil of ignorance' (sluier van onwetendheid) voor je ogen te knopen. Iedereen - uitgezonderd o.g. en vriendin - produceerde een rood lintje dat voor de ogen en om het achterhoofd werd gebonden.
De Dalai Lama ging vervolgens voor in een gebed voor opheffing van de status van onwetendheid. Het duurde lang. De aanwezigen gaven zich vol ernst over aan het ritueel, dat duidelijk een hoogtepunt in de dienst was. Daarna mocht iedereen het lintje omhoog schuiven. De onwetendheid werd opgeheven.

Het was mooi weer vandaag. McLeodganj ligt op 1700-1800 meter hoogte, en het is er fris, maar met de zon erbij bijzonder aangenaam. Inmiddels weet ik dat de bergketen op de achtergrond, met sneeuw op de ongeveer 4000 meter hoge toppen, de Dalaudhar-keten is. Al met al heeft het veel weg van een Frans wintersportdorp in het zomerseizoen, ware het niet dat die indruk snel wordt weggenomen door de Tibetanen, de bedelaars die uit de vlakte op de toeristen af komen, en de chaos en hectiek die de Indiase samenleving kenmerken.



McLeodganj, tegen de Dalaudhar-keten



besneeuwde top vanuit McLeod

Na afloop van de dienst wipten we het Tibet Museum binnen, waar verslag wordt gedaan van de inval in Tibet door het Chinese leger, de opstand van 1959, de vlucht van de Dalai Lama in ballingschap, en de latere rellen en repressie. Ik wist het allemaal wel, maar om een en ander te zien na de Dalai Lama te hebben horen spreken....



oude Tibetaanse vrouw op trap (McLeod)



bejaarde Tibetaan met gebedsmolen

De Dalai Lama stelde in zijn verhaal compassie centraal (hij is voor de Tibetanen de belichaming van Avalokiteshvara, de Boeddha van het mededogen), en dat begrip krijgt tegen de achtergrond van de politiek, de martelingen en de moord op deTibetaanse cultuur en Tibetaanse actievoerders in het huidige Chinese Tibet een wel zeer bijzondere dimensie. 'The policy of forgiveness', zoals His Holiness zijn beleid noemt, heeft helaas tot duver tegenover Beijing nog weinig opgeleverd.
Morgen is het hier het Holi-festival, wanneer hindoes iedereen met verf bekogelen. Overmogen gaan we waarschijnlijk naar Bir, een gemeenschap van drie Gompa's (kloosters).
Daar is geen internet, neem ik aan. Ik zal morgen proberen m'n mail nog te checken, maar daarna wordt het e-mailcontact vermoedelijk moeilijk.
Dus mogelijk is dit voorlopig de laatste brief.
Groet, hg.

DAGBOEK-INDIA: McLeodganj (5) - 26-03-05
Gisteravond mail gecheckt in het Cybercafé. De Hollandse 'poema' (non) uit Bir komt vandaag naar 'Upper-Dasa' (McLeod). We besluiten de reis naar Bir een dag uit te stellen en haar komst af te wachten. Zaterdagmorgen doorgebracht met niets doen op hotelkamer. Ik voel me niet helemaal honderd procent, heb een wat wee en misselijk makend gevoel in de maagstreek, neem wat norit en breng veel tijd door op de badkamer.
De 'washroom' is een verhaal apart. Net als in bijna alle badkamers die we tot nu toe hebben meegemaakt lekken de kranen, is de wc-bril krakkemikkig en kun je maar beter niet de spoelbak gebruiken, omdat die te veel water kost. Je spoelt dus bij voorkeur door met een emmertje. Het komt er op neer dat de luxe maar wat onhygiënische, westerse zit-wc eigenlijk gebruikt moet worden als een Franse hang-wc.
De vloer van de badkamer moet na het douchen - we hebben een boiler voor warm water die je een half uur van tevoren moet aanzetten - met een trekkertje worden schoongemaakt. Het trekkertje is echter maar zo'n 15 centimeter breed, waardoor het eeuwen vergt voor het water in het putje is gedreven en de badkamer weer veilig betreden kan worden.
Waar ooit een lamp boven de wastafel is geweest - ook dat is een luxe - hangen een paar draden uit de muur. Loodgieters en elektriciëns kunnen goud verdienen hier, lijkt me. Hier zij aan toegevoegd dat het om een van de betere hotelkamers gaat, waarvoor 500 roepies (bijna 10 euro) per nacht wordt betaald. (We reizen niet helemaal low-budget, want dan kies je voor voorzieningen in de categorie 100 tot 300 roepies.)
De badkamer wordt verlicht met een gewone lamp. Dat wil zeggen dat er een lichtpeertje aan een draadje uit het plafond bungelt. Niks geen afgesloten badkamerlamp dus.
Ook over wc's in restaurants kunnen verhalen verteld worden. De kranen op de wc van het Ashoka-restaurant, waar we ´s avonds heerlijk eten, draaien vrolijk op de wastafel mee als je probeert ze te openen.
De wc van het Ashoka-restaurant heeft dan nog een lichtpeertje dat het doet, wat zeker niet van alle lampen in washrooms gezegd kan worden. Vaak is het in het donker raden waar het kraantje zit en de voetsteunen op de grond zijn aangebracht. Papier is uiteraard nooit aanwezig. Een rol in een kiosk kost 20 tot 25 roepies, een enorm bedrag voor zo'n artikel en voor de minderbedeelde, gewone Indiër onbetaalbaar.
Tot zover de toiletavonturen,

's Middags hebben we nog een wandeling onder langs de Namgyal- tempel gemaakt, met een mooi uitzicht over het Kangra-dal. Er staan tal van gebedshuizen en ook een heus bejaardenhuis - voor de Tibetaanse gemeenschap een novum. Ik fotografeerde een groepje Tibetanen op leeftijd. Een vrouw vond het niet leuk en nam de benen. De mannen vonden het prima en lachten.
Tot mails, hg.



Tibetaanse bejaarden onder Namgyal-tempel



Gebedsmolens met vlaggetjes



heel veel vlaggetjes



Bedevaartsoord Mount Kailash in vitrine


DAGBOEK-INDIA: McLeodganj (6) - 30-03-05
We zitten nog steeds in McLeod, maar hopen nu toch echt donderdag verder te reizen. Er kwam een opnieuw vervelende aanvaring met diarree, afgewisseld door verstopping, tussen.We betalen dus de gebruikelijke tol van onervaren, westerse reizigers.
Maar de problemen lijken grotendeels verholpen dankzij de hulp en informatie van de Nederlandse vriendin die al drie tot vier jaar in een klooster bij Bir zit. Veel kruidenmedicijnen voor herstel van de darmflora en bevordering van de stoelgang (Safi, Sat-Isabgol) met eventueel, als het niet anders kan - maar zo erg is het gelukkig dus kennelijk niet - drastische killers in de vorm van antibiotica-achtige middelen (met merknamen als tinidazole, ornidazole). Ik kan niet zeggen hoe opgelucht het voelt weer normaal te kunnen afgaan.
Ondertussen hebben we van alles meegemaakt en ook nog wel veel gezien, zoals het Norbulingka-instituut en de bibliotheek van het regeringscentrum. (En Marie-Louis d'r postbankgirokaart is bijna ingeslikt in een giromaat - paniek dus - maar kwam na zo'n vijfminuten wachten alsnog terug - het tempo ligt hier gewoon wat lager.)
Het Norbulingka-instituut, ongeveer 10 kilometer ten oosten van McLeod, is een centrum voor Tibetaans handwerk, met een kleermakerij, thangka-werkplaats, boeddhabeeldenstudio enzovoort. Er was ook een tempel met een enorme boeddha, en veel stilte en sereniteit.




thangka-atelier Norbulingka-instituut



Boeddha

In het regeringscentrum-in-ballingschap is een leeszaal van vooroorlogse allure, waar de boeken schots en scheef in de schappen liggen. Er is echter ook een klein maar indrukwekkend museum, vol antieke thangka's en relikwieën.
Vandaag zijn de shops in McLeod allemaal dicht vanwege een staking tegen de btw. Hopelijk doen vannacht de honden mee aan de staking. Ze blaffen ons iedere nacht prompt om half drie wakker - 't is net of we in een hondenkennel slapen. Ook de heilige koeien mogen wat mij betreft in staking: de stank van de stront in de straten mag best iets minder.



demon op stupa Norbulingka



straatverkoop in McLeod

Verder alive and kicking dus, tot mails,
hg.